Nieuws

Hart en vaatpatiënt centrale rol in zorg

Hart en vaatpatiënt centrale rol in zorg

De zorg aan hart- en vaatpatiënten gaat fundamenteel veranderen: van aanbod- naar vraaggestuurde zorg. Minister Klink wil zodoende een verbetering van preventie en zorg voor chronisch zieken bewerkstelligen. Daarom hebben alle huisartspraktijken, relevante verpleegafdelingen en maatschappen van algemene en academische ziekenhuizen een zorgstandaard Vasculair Risicomanagement ontvangen. In de nieuwe aanpak staat de patiënt centraal. Samen met zijn zorgverleners bepaalt de patiënt voortaan hoe hij de verschillende risico’s op hart- en vaatziekten aan gaat pakken. In de zorgstandaard staat hoe dat kan. “Deze zorgstandaard is bedoeld voor mensen met een (verhoogd risico) op door artherosclerose veroorzaakte hart- en vaatziekten. Een groep die de komende jaren sterk in omvang toeneemt”, schrijft minister Klink in de aanbiedingsbrief van de zorgstandaard. Een zorgstandaard gaat uit van de zorgvraag van de patiënt. Het beschrijft op hoofdlijnen waar goede zorg aan moet voldoen. Het is echter geen blauwdruk en biedt daarmee ruimte voor lokale invulling en innovatieve zorg, aldus de minister. “Door de zorg beter te organiseren en aan te sluiten bij de behoeften van de patiënt verbetert de kwaliteit”, reageert Hans Stam, directeur van de Nederlandse Hartstichting. “Mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten worden vaak door verschillende zorgverleners begeleid. Dat vergroot de kans op uiteenlopende of tegenstrijdige adviezen. De betrokkenheid van zorgverlener én patiënt is dus essentieel.” Behalve voor de patiënt is een belangrijke rol weggelegd voor een centrale zorgverlener. Cor Spreeuwenberg, voorzitter van het Platform Vitale Vaten, legt uit: “Een centrale zorgverlener bewaakt het behandeltraject. Vaak zal een verpleegkundige deze rol op zich nemen. Hij of zij is dan aanspreekpunt voor de patiënt en voor de andere behandelaars die betrokken zijn bij de behandeling van de patiënt. Denk bijvoorbeeld aan een cardioloog, internist, neuroloog, huisarts, diëtist, apotheker, fysiotherapeut of psycholoog. Zij zijn onafhankelijk van elkaar met de patiënt bezig. De centrale zorgverlener bevordert de samenwerking waardoor de kans op succes groter wordt.” Met de aanpak volgens de zorgstandaard worden eerst de risicofactoren voor hart- en vaatziekten in kaart gebracht. Vervolgens bepaalt de patiënt zelf welke risicofactoren hij aan wil pakken. Dan stellen patiënt en centrale zorgverlener een individueel zorgplan op. In dat plan staat bijvoorbeeld dat de patiënt zich laat begeleiden door een diëtist. Bij een volgende afspraak bekijken patiënt en zorgverlener hoe het gegaan is en wat de volgende stap kan zijn in de aanpak van de risicofactoren. Bijvoorbeeld stoppen met roken en meer bewegen. De patiënten die ook medicijnen nodig hebben worden hierin begeleid.De Nederlandse Hartstichting, tel. 070-3155634, www.vitalevaten.nl